Een partijtje tegen Nico Schouten is meestal een genant gebeuren voor mij. Heel soms kan ik het hem moeilijk maken, maar meestal gaat het vanaf de opening al snel bergafwaarts. In de nabespreking worden mijn fouten genadeloos voor het voetlicht gebracht. In de partij in het laatste Open Kampioenschap had ik volgens Nico onder andere te vaak met mijn paarden gespeeld in de opening. Van de eerste 13 zetten had ik er 8 met de paarden gespeeld (62%) en die daarbij weggeruild tegen de zwarte lopers. Ik meende daar goed aan gedaan te hebben door het loperpaar in een open stelling over te houden. De zwakke kanten van mijn stelling beoordeelde ik niet goed en dus bleek ik gewoon slecht te staan. Het is volgens mij dan ook niet het zondigen tegen een gouden regel om in de opening niet te vaak met hetzelfde stuk te spelen, maar eerder het zwakkere vermogen om een stelling te beoordelen, waardoor ik in moeilijkheden kwam. Zo geloof ik ook niet dat betere openingskennis voor het niveau waarop ik schaak veel zou veranderen aan mijn speelsterkte. Willem-Jan van Harskamp vroeg eens aan anderen ter voorbereiding van een partij tegen mij welke openingen ik goed kende. “Ze zeiden dat jij eigenlijk maar één opening kent en dat is de Najdorf.” vertelde hij mij. Dat doet toch geen goed recht aan mijn schaakkwaliteiten. Ook de Najdorf ken ik niet. Ik ben ervan overtuigd dat voor het niveau waarop ik schaak openingskennis volstrekt irrelevant is. Het blijft natuurlijk nuttig om een algemeen gevoel voor goede en slechte posities te verwerven door veel naar openingen van grootmeesters te kijken. Echter, het kennen van zettenreeksen en stelregels is doorgaans nutteloos omdat de tegenstander het altijd net een beetje anders doet. Je zult het gewoon iedere keer zelf moeten bedenken. Ter illustratie en amusement kom ik terug op de stelregel die Nico mij inwreef betreffende de vele paardzetten in de opening. Kijk eens naar onderstaande stelling in de partij Caruana – Nakamura 2013 (Wijk a Zee)!
![]() |
De openingsfase is ongeveer voorbij. Natuurlijk komt het zwarte paard op c6 van b8 en het paard op g4 via f6 van g8. Toch niet! Zwart had 16 zetten gespeeld waarin het paard van g8 via f6-e8-c7-a6-b4 op c6 terechtkwam en het paard van b8 via d7-f6 op g4. Dat waren 9 paardzetten van de 16 in de opening en alsof dat er nog niet genoeg waren volgde er vanuit deze stelling onmiddellijk nòg twee: 17 Kh1 Pxe3 18 Dxe3 Pd4. Dat waren er dus 11 van de 18 (61%) en toen pas waren de paarden weggeruild. Toch staat zwart hier heel gezond en won de partij tenslotte dankzij zijn sterke loperpaar in een open stelling. Speelt u alstublieft het partijtje van Caruana en Nakamura even na!
Klik |
Oss, 21 juni 2015
Rik Broekkamp
![]() |
Aantal bezochte pagina's
Webmaster Cees Timmer © 2013 CJT